Over mij

jeroen bouwmeester op weg naar zelfstandigheid

Ik ben Jeroen en werd geboren als helft van een tweeling. Er was vier en half jaar eerder al een broertje, Remco, aan vooraf gegaan. In eerste instantie leek alles in orde te zijn, ik was alleen wat kleiner dan mijn tweelingbroer Martijn. Toen ik drie maanden oud was moest ik geopereerd worden aan een liesbreuk, de breuk beknelde mijn darm dus acuut ingrijpen was noodzakelijk. Een standaard ingreep, en alles verliep normaal. Toch ontwikkelde ik mij een stuk trager dan mijn tweelingbroer. Ik was nogal stijf van spieren, en met eten en drinken ging het ook niet best, er hoefde maar een stukje in mijn keel te blijven steken of de hele inhoud kwam omhoog.

Het leren lopen was een hele klus voor mij, ik had angst om de hand los te laten die mij steunde, dan verstarde ik helemaal. Ik liep pas los, met stramme pasjes, toen ik twee was. Gras, sneeuw en zand bleef nog lang een probleem om overheen te lopen. Praten deed ik nog niet, alhoewel ik veel begreep van wat er werd gezegd.

Het stadje waar we woonden had meer weg van een dorp. Je kon daar heerlijk buiten spelen, veilig, en zonder last te hebben van verkeer. Ik vermaakte me altijd uitstekend met mijn broers en de vele vriendjes uit de buurt.

Vanaf mijn tweede jaar zat ik samen met Martijn twee dagen op de crèche, tot onze vierde verjaardag in zicht kwam. Martijn ging naar de kleuterschool, geen probleem, maar met mij hadden ze wel een probleem, ik was nog niet rijp voor groep één. Er werd besloten om mij wat langer op de crèche te laten “peuteren” tot ik voldeed aan de toelatingseisen van de kleuterschool. Een half jaar en tientallen gesprekken met deskundigen verder, waaronder een kinderarts die meldde dat je “een aap ook kunstjes kunt leren”, werd besloten dat ik het mocht proberen op de kleuterschool. Er zat wel een eis aan vast, mijn moeder moest de eerste weken bij mij in de klas blijven totdat ik mij veilig genoeg voelde, en de oversteek durfde te maken in de hal. De hal vond ik eng om de een of andere reden, net als hoge gebouwen, kerken en tunnels. Alles ging redelijk goed, tot het moment dat ik naar groep 3 zou gaan.

We gingen verhuizen naar een grotere stad. Dat werd Almere, nog in de groei, betaalbaar en ruim. Hopelijk was daar meer keus qua onderwijs.

Het eerste jaar gingen we alle drie naar dezelfde basisschool. Remco ging daarna naar het middelbaar onderwijs en Martijn naar groep vier. Ik had al een extra jaar gekleuterd dus dat was geen optie meer, en groep drie was te hoog gegrepen volgens de school. Ik werd getest om erachter te komen welk onderwijs passend voor mij zou zijn. De keus viel op het MLK-onderwijs. Dat was mijn eerste stapje terug. Martijn bleef op de basisschool en ik ging naar de MLK. Ik kwam niet in aanmerking voor vervoer omdat de afstand net te klein was voor de toen geldende regels. En omdat beide scholen hemelsbreed niet vlakbij elkaar lagen slingerde mijn moeder eerst mijn broer achterop de fiets om hem naar zijn school te brengen (die een kwartier eerder begon), racete terug naar huis en deed vervolgens hetzelfde met mij.

Jammer genoeg bracht het MLK onderwijs mij niet veel goeds. Door de drukke kinderen die er in mijn klas zaten sneeuwde ik onder, want drukte, daar houd ik niet van, dan kruip ik ergens weg om er zo min mogelijk last van te hebben. Toen ik twaalf werd moest er uitgekeken worden naar vervolgonderwijs. Het VSO-MLK was geen optie voor mij, daar was ik niet tegen opgewassen. Het werd VSO-ZMLK in Lelystad, weer een stapje terug, en niet in de eigen gemeente, ik moest gaan reizen met de bus om naar school te kunnen. Dat betekende om half acht ’s ochtends samen met mijn moeder bij de bushalte staan waar ik werd opgehaald door een schoolbus, en daar kon mijn moeder mij ‘s middags om half 5 weer ophalen. Ik raakte daardoor de sociale band met vriendjes in de omgeving kwijt. Even bij een vriendje van school spelen was er niet bij, de meeste van mijn klasgenoten woonden in Lelystad, Zeewolde of Biddinghuizen.

En hoe ging het met mij op die school? Het werd al gauw duidelijk gemaakt dat ik niet zou leren lezen, hooguit eenlettergrepige woorden, maar echt begrijpend lezen, nee, dat zat er niet in voor mij. Rekenen? Idem dito.

Ik ging stage lopen, dat werd vanuit school geregeld. Eerst bij een bedrijf waar ze aanhangers maakte, dat vond ik eerst eng maar nadat ik gewend was had ik het naar mijn zin. Op de kwekerij waar ik daarna naar toe ging, vond ik het niet zo leuk. De bazin daar had wat minder begrip voor mensen met een beperking. Toen volgde de manege, ik kon heel goed stallen uitmesten, ik was, en ben, niet vies van lichamelijke arbeid. Ik doe ook altijd braaf wat mij wordt opgedragen, een ideale werkkracht dus. De laatste stageplaats was op een atelier voor jongeren met een beperking. Daar blonk ik al gauw uit, ik maakte de mooiste kunstwerken; ik had talent. Ik maakte kleurplaten voor mijn medeklasgenoten zodat zij ze konden inkleuren. En toen werd ik twintig, als je ZMLK onderwijs volgt dan stopt je schooltijd zodra je twintig wordt. Er zijn geen mogelijkheden voor vervolgonderwijs. De volgende fase was om te kijken of ik terecht kon op een WSW werkplaats, of dat ik naar dagbesteding kon. Daar begon de molen van aanvragen AWBZ, indicaties, testen door artsen/psychologen enzovoort. Uit alle tests kwam tenslotte naar voren dat ik het beste naar dagbesteding kon. En het meest geschikt zou een atelier zijn waar ik mijn creatieve geest kon ontwikkelen. Samen met mijn ouders vond ik een geschikte plek in Almere Haven: De Witte Olifant. Met een indicatie dagbesteding en een pgb kon ik daar terecht. Aldus geschiedde; een van de beste keuzes ooit! Ondertussen stond ik een paar jaar ingeschreven voor een woning met begeleiding. Ik zou gaan wonen in een wooninitiatief met 24 uurs-zorg, samen met nog 18 andere jongeren met een beperking. Toen ik 24 werd was het zover, ik ging op mezelf wonen. Dit was reuze spannend, ook voor mijn ouders. Zou ik het wel redden zo alleen in een appartement? Ik moest nog zoveel leren. Zou ik niet vereenzamen? Er spookte van alles door mijn hoofd.

Ik ga verhuizen!

Spannend, vandaag gaan we met een vrachtwagen al mijn spullen naar mijn nieuwe woning brengen. Het is een half uur rijden vanaf mijn ouderlijk huis. Alhoewel mijn keuken er nog niet in zit ga ik er toch alvast wonen.  Gelukkig kan ik voorlopig mee-eten in de gemeenschappelijke woonkeuken. Daar zullen de meeste bewoners mee-eten omdat ze niet zelfstandig kunnen koken. Dat is iets wat ik wel graag wil leren, hopelijk lukt dat. Nadat al mijn spullen een plek hebben gevonden in mijn nieuwe optrekje blijf ik voor het eerst alleen achter in mijn woning. Dat zal nog niet meevallen zo alleen, vooral als je gewend bent om altijd met je twee broers thuis te zijn. Ook de katten ga ik missen. Om te wennen ga ik om de week in het weekend bij mijn ouders logeren. De eerste weken voel ik mij af en toe eenzaam. Het was toch gezellig thuis? Mijn ouders zeggen dat iedereen die voor het eerst op zichzelf gaat wonen dit doormaakt.

En hoe langer je wacht met op jezelf wonen, hoe moeilijker het wordt om te wennen. En inderdaad, na een paar maanden begin ik mij ‘thuis’ te voelen in mijn nieuwe huis. Ik stort me op het koken want mijn nieuwe keuken is ondertussen geplaatst. Hoe werkt de kookplaat? En de oven? Gaat het brandalarm niet af als ik iets verkeerd doe? Ik word er zenuwachtig van. Mijn moeder koopt een kookwekker voor me, en we gaan samen oefenen met koken. Aardappels opzetten, rijst, groente, hoelang moet alles koken, hoeveel water moet erbij, welke portie is genoeg voor één persoon? Een kookboek heeft niet zoveel zin want dat kan ik niet ontcijferen. Ik moet alles door middel van herhaling eigen zien te maken. Mijn moeder wijst mij erop dat je best een gezonde maaltijd kunt maken op een makkelijke manier, bijvoorbeeld met diepvriesgroente, bevroren zalm, en af en toe uit blik is ook niet verkeerd. Gelukkig ben ik geen moeilijke eter, ik lust alles behalve zuurkool, en als ik rustig kan eten dan komt mijn bord vanzelf leeg. Na een paar maanden ben ik in staat om verschillende maaltijden voor mezelf te koken. Wat wel lastig is is dat ik niet zelf de boodschappen kan doen, want daar komt nogal wat bij kijken: een boodschappenlijstje maken, alles vinden in de supermarkt, afrekenen. Dat doe ik samen met mijn moeder of de begeleider. De wasmachine heb ik trouwens snel door. Ik gebruik gewoon steeds hetzelfde programma, en was alles op 40 graden, trommel niet te vol, donker en licht scheiden en daarna netjes ophangen zodat het kreukloos opdroogt; een kind kan de was doen. Ik ben een pietje precies wat betreft opruimen en schoonmaken. Het gaat niet snel maar het is altijd netjes bij mij. Zo vind ik langzamerhand mijn draai in mijn huisje.

Wat heb ik zoal bereikt

Ik werk nog steeds bij de Witte Olifant, het kunstatelier voor mensen met een beperking. Ik leer daar steeds meer, onder andere in perspectief tekenen en met diverse materialen werken. Ik krijg af en toe opdrachten bij de Witte Olifant. Zo heb ik een aantal keer een keramisch beeldje gemaakt voor het stagebedrijf van het jaar, ik heb “live” geschilderd op tv tijdens een nieuwjaarsconcert, opgetreden tijdens festivals; ik word nog een hele beroemdheid op deze manier. Op de website kun je allerlei kunstwerken van mij vinden die ik tot nu toe gemaakt heb.

Terwijl ik mij in Paladijn allerlei praktische zaken eigen had gemaakt bleef het kriebelen om nog meer te leren, en dan vooral lezen en rekenen. Het zou mij enorm helpen in mijn zelfredzaamheid. Verder had ik nog een grote wens: leren fietsen. Mijn moeder heeft mij in mijn jonge jaren vele weken, maanden voortgeduwd op een fiets om mij te leren fietsen. Na veel oefenen kon ik wel fietsen maar ik vond het verkeer veel te eng en te druk. Ik bleef ook moeite hebben met op- en afstappen. Toen mijn 27e verjaardag in aantocht was vroeg ik om een fiets. Ik wilde perse leren fietsen zodat ik niet meer afhankelijk was van vervoer van en naar dagbesteding. Van het openbaar vervoer maak ik sowieso liever geen gebruik, dat vind ik ingewikkeld.

Mijn tweelingbroer hees mij af en toe op zijn fiets en oefende met mij de eerste meters, ik heb mij er echt in vastgebeten om het te leren. Op mijn verjaardag gingen wij mijn nieuwe fiets halen. Onwennig stapte ik op en fietste samen met mijn ouders naar hun huis. Ik moest nog veel leren, zoals: niet te ruime bochten maken, hand uitsteken (lastig!), op het andere verkeer letten, de verkeersregels leren. We zijn nu jaren verder en ik doe alles zelf op de fiets, naar dagbesteding, boodschappen doen, naar mijn ouders, noem maar op, en ik vind het heerlijk.

Voor het leren lezen en schrijven kwamen we bij een vrijwilliger terecht die ervaring had met mensen met afstand op de arbeidsmarkt. Zij heeft met veel geduld en creativiteit mij op weg geholpen om te leren lezen en schrijven. Zelf had ik ook een truc bedacht. Ik ‘las’ graag Mangastripboekjes. Daarin wordt door de tekening duidelijk gemaakt wat er in de tekst staat. Zo ging ik langzamerhand dingen koppelen en begrijpen.

Een begeleider leerde me stap voor stap zelfstandig boodschappen doen, en met geld rekenen zodat ik zelf kon betalen. Zodra ik een bepaalde taak eigen had gemaakt deed zij een stapje terug. Het eindigde met dat zij op een bankje wachtte bij de kassa.

Sinds kort zit ik op Prago (Praktisch Gericht Onderwijs). Daar krijg ik les in rekenen, Engels en Duits. Ik ben enorm blij dat er eindelijk een mogelijkheid is voor mij om door te leren, zodat ik mee kan tellen in de maatschappij, en niet overal buiten sta. Verder laat ik ook wat van mij horen in de politiek. Ik ben lid van het G-Kracht politiek panel Almere, door Stichting ABRI opgestart. Wij maken ons hard voor alles waar mensen met een beperking tegenaan lopen en hebben hierover regelmatig contact met de politiek. Twee keer per jaar bezoekt onze burgemeester, Franc Weerwind, onze vergaderingen. Hij luistert naar waar wij mee bezig zijn en geeft daarop zijn visie en advies, alsook de mogelijkheden, en soms onmogelijkheden, die er zijn.

Sinds een paar jaar ben ik lid van Het Talentenpalet, een koor voor mensen met en zonder zichtbare beperking. We hebben altijd veel plezier met repeteren en treden regelmatig op in Almere.